DeutschEAUTARCIEEnglishEAUTARCIEEspañolEAUTARCIEFrançaisEAUTARCIEMagyarEAUTARCIENederlandsEAUTARCIE
Eautarcie - Joseph Országh Site d'information basé sur les travaux de Joseph Országh Site d'information basé sur les travaux de Joseph Országh
Eautarcie EAUTARCIE Eautarcie- Joseph Országh
HomepageInleidingEcologische afwateringRegenwater opvangenGrijswaterbeheerWaterloze toilettenEAUTARCIE wereldwijdHet gezamenlijke beheer van water en biomassaBezinningen over waterbeleidSitemap EAUTARCIE, Duurzaam waterbeheer voor de wereld
Grijswaterbeheer
Grijs water beheer

Het TRAISELECT-systeem installeren

Zuivering door planten

Het TRAISELECT-systeem in de handel

Dit hoofdstuk richt zich zowel naar particulieren als naar professionelen. Met de gegeven aanwijzingen en eventueel met de hulp van vaklui of –handel (materiaalverkopers, loodgieters, metsers, tuinarchitecten) kan iedereen het behandelingssysteem voor grijs water installeren dat het beste aan zijn specifieke noden beantwoordt.

Om het algemeen schema van een compleet TRAISELECT-systeem te bekijken, klik hier.

Eerste publicatie van de tekst in het Frans op de huidige pagina op www.eautarcie.com: 2003

Dit hoofdstuk is aangepast en vertaald uit het Frans door Jos Debouvere. De Nederlandse versie werd voor het eerst op deze pagina gepubliceerd www.eautarcie.org: 2012-02-20

Bijgewerkt: 2012-03-30

Het TRAISELECT systeem installeren

Het TRAISELECT-basissysteem – de eenvoudigste oplossing

Als het over waterbehandeling gaat, is het eigenaardig vast te stellen dat de leefmilieuprestaties van systemen omgekeerd evenredig zijn met de prijs ervan. Dit geldt ook voor de selectieve zuivering van grijs water.

De eenvoudigste oplossing bestaat erin dat men zijn zeepwater in een grijswaterput laat lopen, die eigenlijk niets anders is dan een simpele septische put die overal in de handel verkrijgbaar is. In tegenstelling tot de aanbevelingen die waterambtenaren doen, moet men in geen geval een ontvettingsbak vóór de septische put plaatsen.

Als de bodem het toelaat, kan men via de overloop van deze put dan gewoon het water in de bodem laten insijpelen, zonder dat dit ook maar enige schade aan het leefmilieu veroorzaakt. Om het water te laten insijpelen, kan men een beroep doen op een draineerbuis of een bezinkput.

De grijswaterput

In feite betreft het een eenvoudige septische put die in de handel verkrijgbaar is, bij voorkeur bestaande uit twee compartimenten met een inhoud bepaald door het dagelijks volume aan grijs water geproduceerd door het gezin. Men moet ervoor zorgen dat de overloop voorzien is van een naar beneden gedraaide bocht om te beletten dat de bovenzwemmende laag (gevormd door bacteriën) uit de put ontsnapt. De twee compartimenten zijn bij voorkeur onderaan met elkaar verbonden. Indien niet, moet men ook de overloop van het eerste compartiment van een bocht voorzien, zodat de bovenlaag niet naar het tweede overgeheveld wordt.

Aangezien het grijs water twee tot drie weken in de septische put moet doorbrengen, moet men een juiste inschatting maken van de dagelijkse hoeveelheid (gemiddelde waarde) grijs water dat het gezin zal produceren. Om het putvolume te bepalen, vermenigvuldigt men deze waarde met 15 of 20. De vermenigvuldigingsfactor 20 kan vooral worden toegepast door gezinnen met kinderen, waar de wasmachine dagelijks draait. De factor 15 volstaat voor milieubewuste gezinnen die met het probleem van watervervuiling begaan zijn.

Om voldoende volume te hebben, kan men meerdere grijswaterputten in serie plaatsen. Dit soort putten wordt in de handel verkocht onder de benaming septische put.

De werking van de grijswaterput

Grijs water door gezinnen geproduceerd is zelden koud, wel lauw of warm. De hogere temperatuur zal ervoor zorgen dat er zich spontaan een bacteriële fauna zal ontwikkelen die vetten, detergenten en zepen zal afbreken. Laboratoriummetingen tonen aan dat na 14 tot 21 dagen, 60 tot 80% van de vuilvracht, uitgedrukt in CZV is afgebroken. Het water dat uit de put komt is nog troebel, maar bij het laten insijpelen in de bodem bestaat er geen gevaar meer voor verstopping in het ontvangende milieu. De CZV gemeten bij verschillende installaties varieert tussen 120 en 250 mg O2/l. De wetgever legt een grens op van 180 mg O2/l [1] voor de lozing van gezuiverd water.

[1]
Na drie weken vertraagt de zuiveringssnelheid sterk. Voortgaand op onze labometingen verbetert een extra week de afbraak van de vuilvracht met ongeveer 5%. Bij een vijfde week is de extra afbraak nog maar 2%. Het is ook niet zeker of deze maatregelen effect hebben als de put sporadisch met grote hoeveelheden ineens wordt gevoed en niet op regelmatige basis. Om de 180 mg O2/l voor het CZV met zekerheid te bereiken, zouden de septische putten twee tot driemaal groter moeten zijn. Met een dergelijke maatregel komt men uiteraard tegemoet aan de wetgever, die zelfs lozing van dit water in een rivier zou toelaten. Nochtans vormt een dergelijke, perfect legale lozing van een water met een CZV van ongeveer 180 mg O2/l een bedreiging voor het waterleven. Daartegenover stelt de insijpeling in de bodem van een grijs water met een CZV van 500 mg O2/l (!) geen enkel probleem voor het leefmilieu. De geldende wetgeving is dus absoluut niet aan de werkelijkheid op het terrein aangepast, vooral wanneer men grijs water gaat zuiveren zonder zwart water.

De bacteriën die zepen, vetten en detergenten afbreken, sterven uiteindelijk af en worden in de vorm van slib op de bodem van de reactor afgezet. Wetenschappelijke opvolging van een installatie van normale afmetingen heeft aangetoond dat de hoeveelheid slib niet meer verder toeneemt vanaf het moment dat het een dikte van minder dan 10 cm bereikt heeft: de toestand stabiliseert. In een laboreactor heeft men kunnen aantonen dat het op deze manier gevormde slib anaeroob vergist, waarbij wat methaan, koolstofdioxide en atmosferische stikstof vrijkomt. De anaerobe denitrificatie verklaart trouwens het zeer lage stikstofgehalte van gezuiverd water : zelfs de nitraten uit het leidingwater gebruikt door de gezinnen [2] verdwijnen tijdens zijn passage in de grijswaterput [3].

[2]
In Europa is tot 50 mg/l nitraat in leidingwater toegelaten. De waarde in België varieert van 25 tot 40 mg/l. Soms zijn er tijdelijke, door de wet toegestane, overschrijdingen van de normen. De wettelijke drinkwaternormen laten dus een zeker nitraatgehalte toe. De analyse van water uit een grijswaterput bij een gezin dat leidingwater verbruikt, toont aan dat het nitraatgehalte rond de 0,1 mg/l ligt! Dus veel minder dan het leidingwater dat door het gezin gebruikt wordt. De vuilvracht van grijs water bevat maar heel uitzonderlijk stikstof. De voornaamste bron van stikstof is het leidingwater. Pas in de put, in een anaeroob milieu, breken de «stikstofbacteriën» de nitraten tot atmosferische stikstof N2 af. Enkel daardoor verdwijnen de nitraten in het leidingwater aan de uitgang van de grijswaterput. Dit is een analytisch feit dat sanitaire specialisten maar moeilijk kunnen toegeven, en vooral maar moeilijk begrijpen. Met de elektromechanische systemen waarmee zij gemengd a
[3]
De ophoping van slib in septische putten voor gemengd afvalwater komt voort uit het vezelhoudend gedeelte van de ontlasting en vooral uit het gebruikte toiletpapier. In een grijswaterput heb je noch het ene, noch het andere.

De vetafscheider

De installatie van een vetafscheider (in België bij wet opgelegd) is niet alleen nutteloos, maar ook ronduit schadelijk voor het verdere selectieve zuiveringsproces. Om voldoende bacteriële activiteit te verkrijgen voor de afbraak van de vuilvracht, moet het gebruikswater zo warm mogelijk in de grijswaterput geloosd worden. De vetafscheider heeft enkel als effect dat hij het water afkoelt vooraleer het aan de (anaerobe) bacteriën in de grijswaterput toegevoerd wordt. Bovendien sluiten de vetten het oppervlak van het water af, waardoor de anaerobe afbraak verzekerd wordt. Deze «vetkap» is ook de plaats waar zich een zeer rijke bacteriële fauna bevindt die zepen en detergenten afbreekt. Na hun levenscyclus zetten de resten van deze bacteriën zich af onderaan het water waar ze een sliblaag vormen. Deze laag wordt vervolgens door mesofiele bacteriën aangepakt en deze produceren daarbij een beetje methaangas. Daardoor blijft de hoeveelheid slib stationair, waardoor onderhoud of lediging overbodig wordt.

In een grijswaterput gaat de afbraak van de vuilvracht sneller dan in een klassieke septische put. Dit heeft te maken met het feit dat grijs water dat door gezinnen geproduceerd wordt, bijna altijd warm of lauw is. Dankzij die hogere temperatuur voltrekken de biologische processen zich immers sneller. Een stijging van de temperatuur met één graad verhoogt de afbraaksnelheid van zepen en detergenten met ongeveer factor 5.

Onder de «vetkap» ontwikkelt zich spontaan een strikt anaeroob milieu met een rH² die onder de 14 zakt. Dit leidt chemisch gezien tot een sterk reductormilieu. De naar beneden gedraaide bocht of kraag aan de overloop verhindert dat deze vetkap uit de put kan wegvloeien.

Om de twee bovenvermelde redenen is de plaatsing van een ontvetterput vóór de grijswaterreactor nutteloos, en zelfs schadelijk, want hij koelt het te behandelen water af en verwijdert er de vetten uit. Dankzij de stabiele toestand van de hoeveelheid slib in de grijswaterreactor moet er helemaal geen onderhoud voorzien worden. Dit is dus een zuiveringssysteem dat men in de grond steekt en dat men nadien kan vergeten. Hij werkt zonder elektriciteitsverbruik en ook zonder gevaar te wijten aan een slecht gebruik.

Bleekwater in de grijswaterput

In tegenstelling tot wat er gebeurt in een klassiek aëroob zuiveringssysteem, heeft de lozing van biociden zoals bleekwater geen enkel effect op de bacteriële flora. We zitten hier immers in een zeer sterk reductormilieu. Daardoor krijgt het bleekwater in de reactor nauwelijks de tijd om zich in het water te vermengen, want het is reeds gereduceerd tot onschadelijke chloride-ionen (keukenzout is een chloride). De lozing van een dergelijke biocide in een commercieel mini-zuiveringsstation (voor gemengd afvalwater) daarentegen leidt tot de dood van de bacteriële flora en tot de stopzetting van het zuiveringsproces gedurende meerdere dagen of weken [4].

[4]
Een aëroob milieu wordt gekenmerkt door een zwakke elektronische activiteit (rH2 > 28) en een verhoogd redoxpotentieel en reageert chemisch niet met biociden, die altijd oxiderend zijn. In een anaëroob milieu is de elektronische activiteit hoog en het redoxpotentieel kleiner tot zelfs neutraal (rH2 < 28); doordat dit chemisch gezien een reductormilieu is, zijn de oxiderende biociden al gedesactiveerd vóór ze de bacteriële flora kunnen doden.

De insijpelingsholte

Voor de insijpeling van het water dat uit de grijswaterput komt, is de zinkput de meest aangewezen oplossing. In zijn meest eenvoudige en goedkoopste vorm is deze put een holte van 1 of 2 m³ in de bodem naast de grijswaterput, waar het «verteerde» grijs water via de overloop naartoe wordt gestuurd. Men moet zich uiteraard van de doorlaatbaarheid van de bodem vergewissen. In een weinig doorlaatbare bodem (klei) moet men een grotere insijpelingsholte of een draineerbuis voorzien. In een zandige bodem zal deze holte kleiner zijn. De insijpelingsholte wordt gevuld met bouwafval : bakstenen, pannen, stenen, gebroken en gewassen betonblokken, overdekt met een plastieken zeil. Daarbovenop legt men een 30 cm dikke laag teelaarde, en het sanitair systeem is klaar voor gebruik. Vermijd broze materialen voor het opvullen van de insijpelingsholte, zoals mortelresten, omdat die tot stof uiteenvallen en zo het systeem kunnen verstoppen. Men kan ook – altijd gewassen - (niet-brosse) stenen of rivierkeien gebruiken met een diameter van 40, 60, of zelfs 80 mm. De baksteenbrokken mogen eventueel groter zijn maar, om meer ruimte tussen de elementen te scheppen, moet men ze ongeordend door mekaar leggen.

De overloop van de grijswaterput zal dus uitmonden bovenaan in het midden van de insijpelingsholte, maar onder het dekzeil.

Wanneer een gezin, na het verwijderen van het spoeltoilet, voor zijn grijs water een oude septische put opnieuw in gebruik neemt en het gezuiverde water via een insijpelingsholte van 1 à 2 m3 (zoals hierboven beschreven), gevuld met grind, in de bodem laat insijpelen, dan liggen de kosten voor een dergelijk systeem lager dan voor de aansluiting van een buis aan het bestaande rioleringssysteem. Een dergelijk elementair systeem zou geen enkele impact op de kwaliteit van het grondwater hebben, en bovendien betrouwbaar, doeltreffend en goedkoop zijn (wat het Waalse Gewest miljarden euro’s zou besparen).

Jammer genoeg zijn zinkputten, niettegenstaande ze zeer doeltreffend en goedkoop zijn voor de afvoer van water, wettelijk niet toegelaten [5]. Men moet dus proberen de verantwoordelijke controle-ambtenaar te overtuigen dat je sluitende argumenten hebt om je grijs water selectief te zuiveren. Men moet er daarbij de klemtoon op leggen dat door de afwezigheid van zwart water, het grijs water dat uit uw put komt minder stikstof bevat dan het leidingwater dat een gezin gebruikt. Om de juistheid van die informatie te bewijzen, kan men zelfs voorstellen dat een staaltje water aan de overloop van de grijswaterput genomen wordt ter analyse. De zeep- en detergentresten worden volledig in de bodem afgebroken tot water en koolstofdioxide. Er is dus totaal geen vervuiling, noch door nitraten, noch door detergenten.

[5]
De Waalse wetgever en de regionale ambtenaren kunnen alleszins het excuus niet inroepen dat ze niet op de hoogte zijn van het selectieve waterbehandelingssysteem. Het TRAISELECT-systeem werd immers uitgewerkt in onze laboratoria aan de Universiteit van Bergen-Henegouwen met de financiële steun van het Waalse Gewest. Bovendien heeft mijn aanwezigheid van bijna 15 jaar in de Watercommissie van het Waalse Gewest mij toegelaten om het bestaan van dit systeem kenbaar te maken bij politici alsook bij ambtenaren.

Andere insijpelingssystemen

De draineerbuis wordt vaak gebruikt voor bodeminfiltratie. Voor een gezin dat ongeveer 300 liter grijs water per dag voortbrengt, moet men een gracht van minstens 10 m voorzien, gevuld met grind en voorzien van een draineerbuis. Indien de bodem compact is (kleigronden), moet de draineerbuis groter zijn. Voor insijpeling met behulp van een gracht kan men het best de aanbevelingen van de overheden volgen. Toch kan de inrichting vaak kleiner zijn, omdat de hoeveelheid te verwerken water kleiner is (door de afwezigheid van zwart water), en ook doordat grijs water dat in een put werd gezuiverd uit zichzelf minder verstopping veroorzaakt.

Even ter herinnering : geen enkele van deze insijpelingssystemen mag worden gebruikt op gronden die uit rotsen (vaak in het hooggebergte) bestaan, noch in overstromingsgebieden waar de waterspiegel tot aan de oppervlakte komt. In die gevallen wordt de zuivering van grijs water uit de put voortgezet met behulp van een filterende plantenbak en een kleine eindbewerkingsvijver, zoals verderop beschreven.

Praktisch voorbeeld van het TRAISELECT-basissysteem

Ik heb hen dus aanbevolen het gebruik van de wasmachine te beperken. Daarom hebben ze beslist potten en borden goed uit te vegen vooraleer deze af te wassen. Dit doen ze met behulp van het volgende keukengereedschap: een traditionele potschraper.

De analyses van de waterstalen die uit hun put werden afgevoerd waren overtuigend: ongeveer 65 % van de vuilvracht (uitgedrukt in CVZ) was verdwenen. Dit is ruim voldoende om het infiltratiesysteem niet meer te verstoppen.

Om verder de kosten te drukken werd geen draineerbuis geplaatst naast de overloop van hun put, maar werd een holte van 2 m³ in de bodem gegraven die vervolgens werd gevuld met brokken baksteen (in bulk), gerecupereerd op een bouwwerf. Bovenop de bakstenen hebben ze gebroken (niet waterdichte) stoepstenen gelegd, en daarna het geheel met een laag aarde van 30 à 40 cm bedekt. En meer dan dat was het niet.

Het uitgebreide TRAISELECT-systeem

In sommige gevallen is de insijpeling in de bodem met behulp van het basissysteem niet aangewezen, omdat de bodem niet voldoende in staat is om een doeltreffende filtratie van het resterende grijs water te verzekeren, en om de directe lozing ervan in een waterloop of in het grondwater te verhinderen. Dat is met name het geval wanneer de grondwaterspiegel vrij hoog of zelfs tot aan de oppervlakte komt, wanneer de installatie zich dicht bij een waterloop of in overstromingsgebied bevindt, of wanneer de bodem niet over de vereiste eigenschappen beschikt (bijvoorbeeld een vrij dunne grondlaag bovenop een rotslaag, of een rotsachtige bodem, vaak in het hooggebergte). In dergelijke gevallen moet de zuivering van het grijs water worden aangevuld met drie bijkomende stappen : de beluchtingsput, de filterende plantengracht en de eindbewerkingsvijver. Deze elementen vervangen dan de insijpelingssystemen zoals die worden aanbevolen bij het TRAISELECT-basissysteem. We spreken in dit geval dan van het uitgebreide TRAISELECT-systeem.

Sommige gezinnen moeten dit uitgebreide systeem in de plaats van het basissysteem installeren (hoewel het minder goed het milieu beschermt), enkel en alleen om ambtenaren tevreden te stellen die de wet toepassen (die totaal niet meer strookt met de werkelijkheid op het terrein). Gebruikers van het TRAISELECT-systeem vormen vaak het voorwerp van administratieve pesterijtjes. Dit is inzonderheid het geval bij woningen die zich in gebieden met collectieve zuivering bevinden. Opdat overheden het systeem op z’n minst zouden gedogen, moet de zuivering eindigen in een eindbewerkingsbekken (vijver), ook al is dat ten nadele van het milieu [6]. Men krijgt dus geen toelating om de inhoud van de grijswaterput in de bodem te doen insijpelen.

Ten slotte kiezen anderen voor het uitgebreide systeem om in hun tuin over een siervijver te kunnen beschikken. Door de waterverliezen door verdamping is het uitgebreide systeem nochtans minder doeltreffend dan het basissysteem om het terugbrengen van het water naar de grondlagen te verzekeren.

De inhoud van de grijswaterput zal dus eerst naar de beluchtingsput geleid worden, vervolgens naar de filterende plantengracht om dan finaal in het eindbewerkingsbekkente belanden.

Om het algemene schema van een uitgebreid TRAISELECT-systeem te bekijken, klik hier.

[6]
Het voltooien van de zuivering van grijs water met behulp van een filterende plantengracht en een eindbewerkingsvijver levert uiteraard wel een quasi drinkbaar water op (in de meeste gevallen is de kwaliteit zelfs beter dan die van leidingwater), maar dat gaat ten koste van een aanzienlijk waterverlies door verdamping. Op die manier hervalt men in de fout gemaakt door zuiveringssystemen met behulp van planten (waterbekkens). Voor het milieu is het niet zozeer van belang dat dit water perfect wordt gezuiverd, maar wel dat het teruggeleid wordt naar de grondwaterlagen, of dat het gerecupereerd wordt als water voor de planten. Ook dit is één van de vele gevallen waar de wetgeving op gebruikt water tegen het milieubelang in werkt. De Waalse wet dient niet ter bescherming van het milieu, maar om koste wat het kost te zuiveren. Hij legt dus zuiveringsprestaties op, zonder rekening te houden met de milieu-impact. Zodoende legt men de zuiveringsstations een bepaald percentage vervuiling van het afvalwater op dat ze moeten halen. Op die manier moedigt men de bevolking stilzwijgend aan om zo goed mogelijk te vervuilen, zodat de zuiveringsstations aan de opgelegde vuilvrachtnormen kunnen voldoen. Ik ken gevallen waarbij de beheerders van zuiveringsstations op zoek zijn naar bijkomende vuilvracht om aan de normen te kunnen voldoen. Men zal dus aanzienlijke sommen geld uitgeven om bijkomende riolering aan te leggen, zelfs daar waar dit niet redelijk is, enkel en alleen om de « Moloch » met extra vervuiling te kunnen voeden. Het spreekt voor zich dat een afvalwater met een grotere vuilvracht aan het begin van het zuiveringsstation – van welk type het ook mag zijn – een gezuiverd water van mindere kwaliteit zal opleveren aan de uitgang ervan. Hoewel in zo’n geval de zuiveringsprestaties zeer hoogstaand zullen zijn, en men dus aan de normen zal voldoen, zal het milieu hiervan de dupe zijn.

De beluchtingsput

De overloop van de grijswaterput mondt uit in een beluchtingsput. Voortgaande op de ervaringen van meerdere gebruikers is de beluchtingsput niet onmisbaar voor de goede werking van het zuiveringssysteem, al verbetert de beluchting wel de zuiveringsprestaties ervan. Het water dat de grijswaterput verlaat kan ook rechtstreeks in het insijpelingssysteem van het TRAISELECT-basissysteem geloosd worden. Het nut van de beluchtingsput voor het uitgebreide TRAISELECT-systeem is daarentegen eerder te zoeken in het wegnemen van storende geuren.

Het water dat de grijswaterput verlaat, ruikt naar rotte eieren door de aanwezigheid van zwavelionen S2- afkomstig van de reductie van een kleine hoeveelheid zwavel (sulfaten, sulfonaten) die zich in waspoeders bevindt. Bij contact met de bodem slaan deze ionen snel neer in de vorm van sulfiden, die niet in water oplosbaar zijn. Gezuiverd grijs water bevat maar heel weinig besmettelijke fecale bacteriën. In elk geval te weinig om een gevaar voor de gezondheid te vormen wanneer het gebruikt wordt als sproeiwater. Gelukkig verdwijnt deze geur in de meeste gevallen snel bij het contact met de buitenlucht, hoewel sommige gebruikers er toch hinder van ondervinden.

Als gevolg daarvan installeert men een beluchtingsput achter de grijswaterput om de storende geuren te verminderen en ook om makkelijker te kunnen zuiveren. In deze ingegraven (vaak plastieken) put, met een inhoud van minstens 50 liter per persoon, plaatst men de bellendiffusor van een aquarium beluchter of van een vijverbeluchter. Naargelang van de noodzaak, plaatst men er ook een dompelpomp in om het water naar de filterende plantengracht af te voeren. Dit is vooral nodig indien men het water dat de put verlaat omhoog moet brengen om in de plantengracht te kunnen brengen. Op die manier vervult de put zowel de rol van beluchter als van pompreservoir.

Het pompreservoir

Bij het ontwerp en de installatie van de verschillende componenten van het TRAISELECT-systeem kan men best voordeel proberen te halen uit de zwaartekracht. Soms gebeurt het dat verpompen noodzakelijk wordt wanneer het terrein zich niet leent tot natuurlijke afvloeiing van het grijs water uit de anaerobe put en uit de beluchtingsput naar de filterende plantengracht. Verpomping en de bouw van een (verhoogd) plantenfilterbed moet ook overwogen worden op vlak terrein in plaats van de gracht, om een natuurlijke afvloeiing van het water naar de eindbewerkingsvijver mogelijk te maken. Daardoor wordt zelfs het verpompen naar de beluchtingsput een noodzaak.

Aangezien de grijswater- en de beluchtingsput altijd onder de grond zitten, moet men met behulp van een dompelpomp het water naar de filterende gracht brengen. De beluchtingsput wordt onder de overloop van de grijswaterput geplaatst. Met een vlotterschakelaar kan men dan de pomp inschakelen wanneer het water een bepaald ingesteld niveau bereikt heeft.

Niettemin is het beter de overloop van de beluchtingsput door middel van zwaartekracht in de plantengracht te laten lopen. Dat spaart immers de elektrische energie uit die door de pomp wordt verbruikt. Bovendien vrijwaart deze oplossing de eindbewerkingsvijver van de massale toevoer van voorgezuiverd water dat bovendien ook nog slecht kan ruiken.

De filterende plantengracht

Het water uit de beluchtingsput zal via de overloop ofwel vloeien ofwel gepompt worden naar een gracht die men de filterende plantengracht noemt. Dit is een filtersysteem voor grijs water, bestaand uit een eenvoudige gracht in de grond, gevuld met planten en met een laag rotsen (geen plantaarde), met een waterdicht membraan op de bodem. Het systeem is ontworpen om de doorgang van grijs water doorheen de draineerlaag mogelijk te maken, waar de plantenwortels de tussenruimtes opvullen en een doeltreffende filter vormen. Het is belangrijk te benadrukken dat de filterende plantengracht geen zuiveringssysteem met behulp van planten is. Door de afwezigheid van stikstof in het water dat uit de grijswaterput komt, nemen de planten geen enkel element uit het water op. Hun rol beperkt zich tot de fysieke filtratie van zwevende deeltjes.

De afmetingen van de gracht worden vooral bepaald door de hoeveelheid te behandelen grijs water. Deze gracht [7] moet een oppervlakte van 1 m2 per persoon [8], hebben, (dat wil zeggen een breedte van 80 cm en een lengte van ongeveer 1,25 m per persoon), en een diepte van 40 cm. Hij kan waterdicht gemaakt worden met behulp van een plastieken zeil (PVC of EPDM). De overloop wordt zodanig geplaatst dat er nog ongeveer 15 cm water op de bodem van het systeem blijft staan. Dit dient als veiligheid tegen het uitdrogen wanneer de voeding van het systeem tijdelijk wordt onderbroken, zoals bijvoorbeeld tijdens de vakantieperiode.

De filterende plantengracht wordt gevuld met gewassen keien in verschillende lagen met afnemende granulometrie : 30-50 mm onderaan [9], daarna lagen met steeds fijnere keien of grind daarbovenop. Dan zet men er waterplanten (riet, lis, enz.) in wier wortels de ruimtes tussen de stenen zullen vullen waardoor een doeltreffende filter gevormd wordt. Ook zullen spontane plantener hun intrede doen.

Bemerkenswaardig is dat in België de filterende plantengracht zelfs tijdens de winter blijft werken.

[7]
Opgepast, de hierbijgevoegde beelden tonen niet de meest gangbare filterende plantengracht, maar eerder een verhoogde plantenfilter die men als «verhoogde filterende plantengracht » kan bestempelen. Die laatste is echter niet de beste oplossing. De installatie die getoond wordt op de foto’s moest op een verhoog geplaatst worden om het water in een eindbewerkingsvijver te kunnen lozen die op een iets hoger niveau lag. Als het terrein het toelaat, kan men beter een gracht uitgraven in de bodem, die men dan met een plastic zeil bedekt vooraleer men er keien en grind of steenbrokken in legt. Deze oplossing is enkel mogelijk op een licht hellend terrein.
[8]
Meerdere van mijn correspondenten signaleren me dat de afmetingen die vroeger op de site eautarcie werden gepubliceerd met betrekking tot de filterende plantengracht (voorheen 0,5m²/inwoner) en tot de eindbewerkingsvijver (voorheen 1m²/inwoner) in sommige gevallen te klein bemeten waren. De talrijke gezinnen die het systeem met de vroegere afmetingen gebruiken, stellen vast dat het water in de eindbewerkingsvijver tijdelijk lichtjes vertroebeld raakt, als gevolg van het herhaalde gebruik (meerdere keren per dag) van een wasmachine, en zeker als die was voor of na het nemen van herhaalde baden gedaan wordt. Bij overbelasting (gasten die in het huis verblijven) wordt het water eveneens troebel, niet zo erg maar men kan toch niet meer van «helder» vijverwater spreken. De vertroebeling verdwijnt na enkele uren of na een dag, maar hij is er wel. Daarom werden de afmetingen aangepast tot 1 m²/ persoon voor de filterende plantengracht, en tot 1,5 of 2 m²/ persoon voor de eindbewerkingsvijver, opdat deze toch goed zouden blijven functioneren, ook als er zich een tijdelijke overbelasting van het systeem voordoet.
[9]
Voor het opvullen van de filterende gracht werd mij al voorgesteld om de grote gewassen keien onderaan te vervangen door grind van 3 à 5 mm. Een ander voorstel beoogde het water van de eindbewerkingsvijver sneller helder te maken door de bodem ervan van kalkhoudende grind te voorzien.

De eindbewerkingsvijver

Deze wordt op het einde van de gracht op een laag punt geplaatst. De meest eenvoudige oplossing bestaat erin dat men hem gewoon op ongeveer 15 cm boven de bodem plaatst. Men kan ook een wat complexer systeem plaatsen, dat toelaat om het diepteniveau van het water in de gracht te regelen. In dat geval wordt de uitgang voorzien van een buis met een bocht naar omhoog gedraaid. Zoals men op het schema ziet, kan men het waterniveau in de gracht regelen door de bocht te verdraaien. Dit is van belang in geval het systeem met tussenpozen stil ligt. Het water op de bodem zorgt ervoor dat de filterplanten tijdens de periodes van niet-gebruik kunnen overleven. De ingerichte put die in de filtergracht van een rooster voorzien is, moet tegen de vorstl beschermd zijn.

De eindbewerkingsvijver

De overloop mondt ten slotte uit in de eindbewerkingsvijver. Dit is een waterdicht bekken; een kunstmatige siervijver voorzien van een ondoordringbare bodem en ingericht met planten. In het bekken vindt de eindfaze van de zuivering plaats, dankzij het daglicht dat de stolling en de bezinking van de overblijvende vuilvracht teweegbrengt. Het is dus geenszins een zuiveringssysteem met behulp van planten. Deze laatste dienen enkel als versiering [10].

[10]
Bij de klassieke selectieve (en collectieve) zuivering van stedelijke zones wordt de rol van de eindbewerkingsvijver overgenomen door de vochtige zone die het grijs water opvangt. De werking van beide is identiek: het zijn niet de planten die zuiveren (zij dienen enkel als ondersteuning voor het waterleven), de zuivering vindt plaats door de blootstelling aan lucht en daglicht. De eindbewerkingsvijver mag ook een «natuurlijke» vijver zijn, zonder waterdicht bodemzeil. Dan moet men wel de nodige aandacht schenken aan de kwaliteit van de bodem. Een wooncluster in Temploux (in België) heeft een eindbewerkingsvijver die simpelweg met een kraan in de kleiaarde gegraven werd. De zuivering verloopt er perfect, maar door de aard van de bodem blijft het water lichtjes troebel. De colloïdale kleideeltjes bezinken immers niet. Enkel toevoeging van een chemisch stollingsmiddel (aluminiumchloride) zou dit water helder kunnen maken.

De vijver moet een minimumvolume van 3 m³ [11] hebben. Een oppervlakte van 1,5 à 2 m² per persoon is nodig. Let wel : voorzie geen al te grote vijver zoals vaak gebeurt. In dat geval kan de grijswaterproductie van het gezin de verliezen door verdamping niet meer compenseren. Tijdens de zomer zal het vijverniveau vervaarlijk zakken.

[11]
Er werden al kleinere installaties met een volume van niet meer dan 2 m³ geplaatst. Ze lijken goed te werken. Maar in een dergelijke kleine put kan de watertemperatuur tijdens een warme zomer makkelijk boven de 26°C uitstijgen, wat het leven van eventuele vissen moeilijk, zoniet onmogelijk maakt. In dergelijke kleine installaties zal men dus aan het uitzetten van vissen verzaken.

Een andere fout die men moet vermijden : verdamping tegengaan door toevoeging van leidingwater of van bron-, put- of rivierwater. Al deze watersoorten zijn niet voldoende zuiver voor een grijswatervijver. Na toevoeging van enkele honderden liter leidingwater zag een Belgisch gezin zijn vijver veranderen in een stinkende groene algensoep. Het vijverwater, dat aanvankelijk proper en kristalhelder was, werd overwoekerd door draadalgen. Indien het toch nodig zou zijn om verdamping te compenseren, dan kan enkel regenwater voor dat doel worden ingezet. Jammer genoeg heeft men in tijden van droogte vaak te weinig water in de citerne. Als men dus de plaatsing van een grijswatervijver overweegt, dan moet men vermijden die té groot te maken.

De (Belgische) winter stelt geen problemen. Indien er vissen in de vijver schuilen die de winter moeten doorkomen, dan kan men beter een kleine pomp van 20 tot 40 Watt plaatsen die een watervalletje in stand houdt, of een ander sierelement waardoor het water doorheen de vijver circuleert. Het water dat vanuit de bodem circuleert zal een deel van de vijver vrij van ijs houden. Bovendien zorgt men er best voor dat het midden van de vijver minstens 80cm diep is om de vissen de kans te geven de winter goed door te komen. Daaromheen mag men een plateau voorzien waar het water maar 30 cm diep gaat. Daar kan men dan naar eigen smaak decoratieve waterplanten aanbrengen.

De inrichting van de eindbewerkingsvijver voor grijs water kan aan een firma gespecialiseerd in het plaatsen van sierwaterpartijen worden toevertrouwd. De goedkoopste oplossing om de vijver waterdicht te krijgen, is het pvc-zeil (of het EPDM-zeil) dat wordt gelegd bovenop een viltlaag die op zijn beurt in een zandbed wordt geplaatst. Het zeil moet een beetje groter zijn dan de vijver zelf. De randen worden enkele centimeter onder het grondoppervlak met wat aarde verborgen. Men plaatst er turfblokken die over de hele omtrek de overloop zullen vormen. Het water zal dan door capillariteit in de bodem verdwijnen.

De zuivering van het grijze water wordt voltooid dankzij het daglicht, zelfs tijdens de winter. Planten en zachte watermosselen dragen er ook toe bij. Het water wordt helder, reukloos, en benadert de kwaliteit van drinkwater. Zijn minerale samenstelling zal afhangen van wat het gezin heeft gebruikt. Men kan er watervalletjes in plaatsen, fonteinen, enz. Om de helderheid van het water te vrijwaren, vermijdt men bij voorkeur het bezoek van eenden of ganzen.

Het water uit de eindbewerkingsvijver hergebruiken ?

Het water in de eindbewerkingsvijver van het uitgebreide TRAISELECT-systeem zou in principe kunnen dienen voor een hele reeks toepassingen, zoals zwemwater of zelfs het vullen van de regenput in geval van waterschaarste.

Het betreft hier een theoretische mogelijkheid, maar in de praktijk blijkt deze niet realiseerbaar. Tijdens de zomer blijkt de grijswaterproductie van een gezin zelfs niet te volstaan om de verdamping van water uit te vijver te compenseren. Het waterniveau daalt er constant. Welnu, deze situatie doet zich altijd voor op het moment dat er waterschaarste ontstaat. Dan nog eens water onttrekken aan de vijver zou het biologische evenwicht van deze kleine waterpartij ernstig in gevaar brengen.

Anderzijds mag men niet uit het oog verliezen dat dit water, zelfs als er voldoende water is en het water zeer goed gezuiverd werd, een gebruikt water blijft, met de informatie «gebruikt water» opgeslagen in het geheugen van dit water. Men kan deze informatie uiteraard «wissen» door turbulentietechnieken , zoals te vinden in de werken van Théodore Schwenk. Wanneer het water doorheen een watervalletje passeert, lijkt de informatie «gebruikt water» te worden gewist. Men kan deze veranderingen aantonen door proeven met fractale kristallisatie.

Een praktijkvoorbeeld van het uitgebreide TRAISELECT-systeem

In tegenstelling tot wat sommigen denken, brengt de plaatsing van een kleine waterpartij dicht bij huis geen «muggenplaag» met zich mee. Dat is zeker zo als er geen vissen in zitten. Kikkers en watersalamanders eten de muggenlarven op en daardoor heeft men na de plaatsing van een vijver zelfs minder muggen dan voorheen.

De randen van de vijver kan men het best heel ondiep maken. Die kunnen kan dienen als drinkplaats en «baadruimte» voor vogels die al snel deze gezellige plek zullen ontdekken. In de lente neemt men er een grote hoeveelheid waterjuffers en fel gekleurde vlinders waar. Ook bijen, egels en andere dieren zullen er zich komen laven. Het gekwaak van de kikkers brengt extra gezelligheid in de tuin. Wanneer de vijver zichtbaar is vanuit de woonplaats, dan biedt hij een permanent en rustgevend spektakel.

Let wel, een dergelijk kleine waterpartij vraagt evenveel onderhoud als een behoorlijke bloemenborder. Indien men het water in de herfst niet wil zien verdwijnen onder de planten, dan moet men het teveel aan planten uittrekken, het riet snoeien en de dode bladeren die bovenzwemmen verwijderen. Aan het begin van de zomer willen nog wel eens draadalgen de kop opsteken, zelfs al is er bijna geen nitraat aanwezig. Deze kan men regelmatig verwijderen met behulp van een schepnet.

Metingen van de kwaliteit van het water dat het TRAISELECT-systeem verlaat

Onderstaande tabel geeft de analyseresultaten weer van 4 nauwgezette metingen op waterstalen komende uit 6 verschillende installaties, telkens met een tussenpauze van een maand.

Parameters Eenhenden Gezuiverd grijs water Lozingsnormen
pH (zuur-base) - 7,9 geen normen
Elektrische geleidbaarheid µS/cm 463 geen normen
CZV (Chemische zuurstofvraag) mgO2/liter 18 180
BZV5 (Biochemische zuurstofvraag) mgO2/liter 2,5 70
ZD (zwevende deeltjes) mg/liter 4 60
Troebelheid eenheid FNU 1,7 geen normen
NK (organische stikstof) mgN/liter 1,2 geen normen
NO3- (nitraatstikstof) mgN/liter 0,2 geen normen
NH4+ (ammoniakstikstof) mgN/liter 0,9 geen normen
NO2- (nitrietstikstof) mgN/liter 0,01 geen normen
PT (totale fosfor) mgP/liter 1,7 geen normen
PO43- (fosfaten) mgP/liter 1,4 geen normen

Grijs water voor de tuin

Een vraag die geregeld terugkomt is of men gezuiverd grijs water mag gebruiken in de tuin. Ik heb dit experiment gedurende jaren gedaan, maar kon er eigenlijk geen definitieve besluiten uit trekken.

Het water dat de grijswaterput verlaat is voldoende zuiver om in de tuin te gebruiken. Er hangt echter een nadeel aan vast : door de reductie van de zwavel in het waswater, ruikt het naar rotte eieren. Deze onaangename geur is niet gevaarlijk, maar kan hinderlijk zijn voor de buurt. Gelukkig verdwijnt de geur snel. Een aquariumbeluchter plaatsen in een opslagput met water bestemd voor de tuin zal niet volstaan om de geur volledig weg te nemen.

Er is ook een probleem met de hoeveelheden. Ieder moet voor zichzelf uitmaken hoeveel sproeiwater hij voor de tuin nodig heeft. Echter, in de overgrote meerderheid van de gevallen dekt de hoeveelheid door een gezin geproduceerd grijs water slechts een kleine fractie van de benodigde hoeveelheid voor de tuin. Men kan het water uiteraard stockeren, maar om voldoende water te verzamelen, moet men al over een zeer groot reservoir beschikken. Dat betekent dus een forse investering. Sproeiwater op die manier geproduceerd wordt werkelijk zeer duur.

Om geurproblemen te vermijden, gebruiken sommigen het water uit de eindbewerkingsvijver van hun zuiveringssysteem voor de tuin. Kwalitatief is er hier geen probleem: het water is helder en reukloos. Alleen is de zomer, wanneer de behoefte aan sproeiwater voor de tuin het hoogst is, het seizoen waarin de verdamping in de vijver ook het grootst is. Die verdamping is zelfs zo sterk dat men met moeite het niveau in de vijver zal kunnen behouden. Er blijft dus geen water over voor de tuin, tenzij men het systeem helemaal droog zet.

Gebruik van grijs water in spoeltoiletten

Men stelt mij vaak de vraag of men badwater mag gebruiken voor het spoeltoilet. Het idee is ingegeven door de wil om water te besparen. In theorie kan de hoeveelheid voor persoonlijke hygiëne gebruikt water 80 à 90 % van de waterbehoefte voor het spoeltoilet dekken.

Zoals we in labo-omstandigheden hebben kunnen waarnemen, «dompelt» badwater gestockeerd in een gesloten reservoir zich snel in anaerobe toestand. Daardoor wordt het milieu chemisch reducerend. Onder die omstandigheden wordt de zwavel in de reinigingsproducten (zoals shampoo) snel afgebroken in sulfide-ionen. Deze ionen geven het water een geur van rotte eieren, die men moeilijk kwijt raakt zonder passage doorheen een eindbewerkingsvijver (of zonder chemische behandeling).

Om reukhinder tijdens de stockage te vermijden, gieten sommige producenten in Duitsland en Canada chloor in het waterreservoir. Hun systeem is redelijk duur. Het duurt ongeveer 20 jaar vooraleer het financieel terugverdiend is (rekening houdende met de huidige waterprijzen). Persoonlijk denk ik dat men met dit soort installatie maar «doet alsof» men het milieu beschermt. In een duurzame wereld waarin men de principes van het ecologisch sanitair beheer toepast, zullen de zogezegde «waterbesparingen» een heel andere betekenis krijgen. Bovendien zullen dan de spoeltoiletten verdwenen zijn en vervangen door turbotoiletten of waterloze toiletten van het juiste type.

Sommigen overwegen het gebruik van het water uit hun eindbewerkingsvijver voor hun spoeltoilet. Maar tijdens de zomer is er zelfs niet genoeg water om het niveau op peil te houden. Het heeft dus geen zin om dit – overigens zeer goed gezuiverde – water te gaan gebruiken voor welke toepassing dan ook. Dit is echter wel een fictieve situatie, want de selectieve zuivering van grijs water heeft enkel zin in geval men geen spoeltoilet meer gebruikt…

TRAISELECT is geen zuivering door planten

Het TRAISELECT-systeem werkt niet met planten voor de zuivering! Zoals eerder al vermeld, nemen de planten die in de filterende plantengracht en in de eindbewerkingsvijver staan, niet deel aan het zuiveringsproces. De hoofdbrok van de zuivering is voor rekening van de anaerobe vertering in de grijswaterput, waar 60 à 80 % van de vuilvracht (uitgedrukt in CZV) wordt afgebroken. In de gracht vullen de plantenwortels wel de openingen tussen de keien en vormen er een filter waarmee zwevende deeltjes worden vastgehouden. In de eindbewerkingsvijver doen de planten enkel dienst als decoratie. De eindzuivering wordt uitgevoerd dankzij het daglicht [12].

Van zodra men verzaakt aan het gebruik van een spoeltoilet, wordt de zuivering door planten (waterbekken, fytozuivering) totaal overbodig, en zelfs schadelijk voor het milieu, vooral in droge streken omdat het waterverlies door verdamping er kan oplopen tot meer dan 80%.

[12]
Om aan te tonen dat in de eindbewerkingsvijver de planten niet aan de zuivering deelnemen, volstaat het om een emmer water uit de grijswaterput te scheppen en deze buiten aan de vrije lucht bloot te stellen. Na 5 à 10 dagen bezinkt het water, en wordt het helder en geurloos, zonder tussenkomst van planten. Het is interessant om dan eens dit water te laten analyseren om het gehalte aan nitraat of stikstof te bepalen. Men zal vaststellen dat dit water minder stikstof bevat dan het leidingwater dat het gezin gebruikt.

Om verder te lezen, ga naar het hoofdstuk over de Zuivering door planten.

BOVEN

Home - Inleiding - Ecologisch sanitair beheer en EAUTARCIE - Regenwater opvangen - Grijswaterbeheer - Waterloze toiletten - EAUTARCIE wereldwijd - Het gezamenlijke beheer van water en biomassa - Bezinningen over waterbeleid - Sitemap