DeutschEAUTARCIEEnglishEAUTARCIEEspañolEAUTARCIEFrançaisEAUTARCIEMagyarEAUTARCIENederlandsEAUTARCIE
Eautarcie - Joseph Országh Site d'information basé sur les travaux de Joseph Országh Site d'information basé sur les travaux de Joseph Országh
Eautarcie EAUTARCIE Eautarcie- Joseph Országh
HomepageInleidingEcologische afwateringRegenwater opvangenGrijswaterbeheerWaterloze toilettenEAUTARCIE wereldwijdHet gezamenlijke beheer van water en biomassaBezinningen over waterbeleidSitemap EAUTARCIE, Duurzaam waterbeheer voor de wereld
EAUTARCIE wereldwijd
Het PLUVALOR-systeem in de stad

Het TRAISELECT-systeem in de stad

EAUTARCIE in ontwikkelingslanden

EAUTARCIE in noordelijke streken

Het EAUTARCIE-concept is één van de mogelijke formules voor ecologisch sanitair beheer, met volgende bijzonderheid: in plaats van een inventaris van problemen te maken, gaan we terug naar de bron ervan en worden doeltreffende, eenvoudige en goedkope oplossingen aangeboden. Een andere bijzonderheid: het concept is holistisch van opvatting, want het brengt talrijke leefmilieu-aspecten in rekening.

De hier ontwikkelde beschouwingen zijn nog niet op grote schaal uitgetest. De suggesties worden gemaakt op basis van extrapolatie, vertrekkend van onze ervaringen met individuele installaties. Experimentele ervaringen zijn nodig om de afmetingen van de verschillende elementen te kunnen bepalen. Voor dergelijke proeven is er, tot op heden, in België nog geen groen licht gegeven.

Eerste publicatie van de tekst in het Frans op de huidige pagina op www.eautarcie.com: 2008

Aanpassing van de originele tekst en eerste publicatie van de huidige pagina op www.eautarcie.org: 2012-05-17

Bijgewerkt: 2012-05-17

EAUTARCIE in ontwikkelingslanden

Regenwateropvang

Als er geen elektriciteit in huis voorhanden is

Vaak wordt me de vraag gesteld of het PLUVALOR-systeem in ontwikkelingslanden (OL) geplaatst kan worden in dorpen ver weg van de buitenwereld waar er geen elektrische stroomvoorziening is.

In zo’n geval is het uiteraard niet mogelijk om afvalwater onder druk in leidingen te sturen. Toch is het duidelijk dat regenwater ook hier een comfortelement in huis kan zijn. In een tropisch klimaat kan regenwater in een ondergrondse betonnen of gemetste regenput in perfecte staat bewaard worden. Het probleem is dat er niet gedurende het hele jaar regenwater valt, zeker niet in het droge seizoen. Hoe langer dit laatste duurt, hoe groter men de capaciteit van de regenput moet nemen.

De capaciteit van de regenput berekenen

Die berekening is eenvoudig. Men vermenigvuldigt de grondoppervlakte van het dak (uitgedrukt in m²) met de gemiddelde jaarlijkse neerslag van de streek (uitgedrukt in meter). Zo verkrijgt men het volume (uitgedrukt in m³) water dat men theoretisch per jaar kan opvangen.

Men stelt ook een hypothetisch regelmatig verbruik gedurende een jaar op. Het verkregen volume deelt men dus door 12, en zo verkrijgt men de hoeveelheid water die iedere maand beschikbaar moet zijn. De capaciteit van de regenput zal gelijk zijn aan dit maandelijkse volume, vermenigvuldigd met de duur van het droge seizoen uitgedrukt in maanden.

Als voorbeeld nemen we een woning van 50 m² grondoppervlak in een tropische streek waar de jaarlijkse neerslag 1400 mm of 1,4 m bedraagt, met een droog seizoen dat 5 maand per jaar duurt. De hoeveelheid water die men kan opvangen bedraagt dus 50 x 1,4 = 70 m³. Rekening houdende met 10 % verliezen (door verdamping, onderhoud, eventuele overloop, enz.) gaan we uit van 63 m³. Het gezin beschikt zodoende over 63 000 liter gedeeld door 365 dagen = 173 liter water gemiddeld per dag. Rekening houdend met het gemiddeld Afrikaanse verbruik van ongeveer 25 liter per persoon per dag, dekt het water op deze manier opgevangen de behoeften van een 6 à 7-tal personen. In een woning van 50 m² grondoppervlak zijn er zelden meer bewoners dan dat aantal.

Om de capaciteit van de regenput te kunnen berekenen, wordt rekening gehouden met het feit dat er gedurende 7 maanden gemiddeld 63/7 = 9 m³ regenwater per maand in de put zal terechtkomen. Het gemiddelde maandelijkse verbruik bedraagt 63/12 = 5,25 m³. De theoretische capaciteit van de regenput is dus 5 maand x 5,25 = 26,25 m³. In werkelijkheid kan de hoeveelheid neerslag van de ene maand op de andere veranderen. Anderzijds kan het droge seizoen of het regenseizoen langer dan gewoonlijk zijn. Dit brengt uiteraard een verhoogde vraag naar bewaarcapaciteit met zich mee. Daarom kan men in dit geval stellen dat een regenput van 28 à 30 m³ zal toelaten om bijna alle regenval op te vangen. Uitgaande van een maandelijks verbruik van 5 m³ kan men op die manier de tijd tussen twee regenseizoenen overbruggen.

Materialen voor het dak en goten

Een gegalvaniseerd of geplastificeerd metalen golfplaten dak is perfect geschikt voor regenwateropvang. De klassieke pannendaken zijn dat ook. Rieten, strooien, houten daken en daken van palmbladeren zijn echter niet geschikt. Voor de goten kan men gebruik maken van gegalvaniseerd ijzer, zink, kunststof of gebakken aarde (bij voorkeur geëmailleerd). In het uiterste geval kan men bamboe of hout aanwenden, maar in dat geval moet men erover waken dat het water nooit in de goten stil kan blijven staan.

Water uit de regenput halen

Als men niet over elektriciteit beschikt, is het aanbrengen van een lichtgewicht luik voor gemakkelijke toegang tot de regenput een eenvoudige oplossing. Via dat luik, kan men een emmer met een touw in de put laten zakken om er water uit te halen. Daarna kan men het water in huis stockeren, bij voorkeur in grote kruiken van gebakken aarde, waarvan alleen de binnenkant geëmailleerd is. Om het water koel te houden, kan men van tijd tot tijd de niet-geëmailleerde buitenkant van de kruik bevochtigen.

Men kan ook een handpomp of een kleine elektrische pomp installeren die wordt aangedreven met een zonnepaneel.

Voor water voor persoonlijke hygiëne installeert men een zwart geschilderd metalen of kunststoffen vat van 50 à 200 liter bovenop een verhoog, voor blootstelling aan de zon. In enkele uren tijd is het water warm en kan het gebruikt worden via een kraan of zelfs voor een douche. Deze installatie wordt uiteraard bij voorkeur gevoed door een andere bron dan regenwater. Voor persoonlijke hygiëne is het immers niet nodig om hoogkwalitatief water te gebruiken. Water van gewone kwaliteit volstaat.

Niettemin kan men toch sanitaire warmwaterproductie op basis van de regenput overwegen, indien men over een voldoende grote dakoppervlakte beschikt.

De productie van drinkwater

Het eerste basisprincipe voor een duurzaam waterbeheer is het aanpassen van de waterkwaliteit aan het gebruik dat men ervan maakt. De dagelijkse behoefte aan drinkwater per persoon bedraagt maximaal 5 liter. Het grootste probleem voor OL is het gebrek aan water van goede kwaliteit en de wens om drinkbaar verklaard water te willen gebruiken voor alle toepassingen. Het PLUVALOR-systeem is gebaseerd op een pragmatische aanpak: voorrang wordt gegeven aan de productie van 5 liter hoogkwalitatief drinkwater per persoon per dag op basis van regenwater. Voor gebruik voor niet-voedingsdoeleinden neemt men genoegen met water van mindere kwaliteit afkomstig van andere bronnen. Dit is zonder twijfel de belangrijkste troef van het PLUVALOR-systeem, vooral in landen waar drinkwater van goede kwaliteit schaars of ontoegankelijk is. Men reserveert dus het regenwater in de eerste plaats voor de productie van drinkwater.

Water dat voor directe consumptie bestemd is, wordt eveneens bereid vanuit de regenput, met behulp van een microfiltratiesysteem werkend op zwaartekracht. Dergelijke systemen alsook systemen die werken met een kleine handpomp, worden reeds lang verkocht in speciaalzaken. Ze bestaan uit een reservoir van een tiental liter, voorzien van een deksel, met op de bodem de patronen met keramische filters . Het water loopt druppel per druppel doorheen deze filters naar een reservoir dat er zich onder bevindt. Het reservoir beschikt over een kraan om drinkwater te tappen.

De plaatsing van kleine regenputten die enkel dienen voor de productie van drinkwater, gecombineerd met keramische filtersystemen in huis, is verreweg de minst kostelijke oplossing om iedereen overal ter wereld van hoogkwalitatief drinkwater te voorzien.

Binnen het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s kan men perfect de groepsaankoop van huishoudelijke keramische microfiltratiesystemen financieren zodat de bevolking ze tegen een toegankelijke prijs kan aanschaffen.

Een andere mogelijkheid zou de financiering kunnen zijn van een plaatselijke industrie voor de productie van keramische filters. Deze relatief simpele technologie kan aangeleerd en vereenvoudigd worden door lokale pottenbakkers [1]. Enkele bedrijven, gevestigd in Afrika bijvoorbeeld, zouden de markt van het hele continent kunnen dekken.

[1]
Een pottenbakker kan filterkruiken op punt stellen met een dunne, niet geëmailleerde bodem. Testen en analyses moeten worden uitgevoerd om de verwijderingsgraad van bacteriën te kunnen beoordelen. Op de bodem van die kruik kan men ook een houtskoolbed in poeder- of korrelvorm (uit te proberen) aanbrengen, dit om de smaak van het gefilterde water te verbeteren. Het water dat druppel per druppel doorheen de filterkruik loopt, komt terecht in een andere kruik die enkel aan de binnenkant geëmailleerd is (bewaarkruik). De niet geëmailleerde buitenkant wordt regelmatig vochtig gemaakt om de temperatuur van het gefilterde water laag te houden. Om drinkwater te tappen, plaatst men ten slotte een kraan onderaan de bewaarkruik.

Het belang van opleiding voor de bevolking

Kwalitatieve drinkwaterproductie in OL is een prioriteit. Dankzij regenwater zou iedereen er, zonder uitzondering, gemakkelijk over kunnen beschikken, mits een werkelijk bescheiden investering. Voor andere toepassingen volstaat water van mindere kwaliteit (uit rivieren, bronnen, putten).

Regenwater opvangen behoort echter over het algemeen niet tot de tradities of gewoontes van de betrokken volkeren. Het gebruik van het systeem, alhoewel eenvoudig, vereist een zeker leerproces.

Regenwater filteren om er drinkwater van te maken is niet zo moeilijk te leren. Men giet putwater in het bovenste reservoir en men tapt gefilterd water uit het onderste reservoir. Wanneer na enkele uren blijkt dat er niet voldoende gefilterd water in de onderste kruik zit, dan is het tijd om de keramische filterpatronen te reinigen. Dat kan gebeuren in een emmer met niet drinkbaar water, met behulp van een propere, voor dit doel gereserveerde nagelborstel.

Het moeilijkst aan te leren is het feit dat regenwater een beperkt beschikbare bron is waar men spaarzaam moet mee omgaan, ook al is hij hernieuwbaar. Een opleiding verantwoordelijk beheer is dus noodzakelijk om de regenput niet te snel leeg te trekken. Het beste middel daartoe is bewustmaking van de dagelijkse hoeveelheid beschikbaar water.

De productie van water van onschadelijke kwaliteit voor niet-voedingsdoeleinden

Het moge voor eens en voor altijd duidelijk zijn dat de wens om drinkbaar water voor alle mogelijke toepassingen te gebruiken, geen deel uitmaakt van het concept duurzaam waterbeheer.

Van zodra men, dankzij de filtratie van regenwater, over hoogkwalitatief drinkwater beschikt, kan men voor andere toepassingen (persoonlijke hygiëne, koken van voedsel, was en vaatwas) een beroep doen op andere beschikbare waterbronnen: putten, rivieren, meren, bronnen, zonder dat het daarom noodzakelijkerwijs vanuit wettelijk oogpunt drinkbaar gemaakt zou moeten worden. Wat men tegen elke prijs moet vermijden, is chemische ontsmetting (met behulp van chloor bijvoorbeeld). Chemisch ontsmet water tast het immuunsysteem van de gebruiker aan, zelfs bij uitwendig gebruik. Vooral zuigelingen en kleine kinderen zijn uiterst gevoelig aan chemische ontsmetting.

Water van een rivier of van een bron die besmet werd met fecale bacteriën is niet geschikt voor huishoudelijke toepassingen. Gelukkig kan dergelijk water, dankzij het natuurlijk zelfzuiverend proces, gemakkelijk kwalitatief verbeterd worden. Daartoe richt men een systeem in met twee of meer kunstmatig en in serie aangelegde waterpartijen voor zuivering. Het gaat om in de bodem uitgegraven bekkens met een kleine diepgang : 30 - 40 cm aan de randen en 80 à 120 cm in het midden van het bekken. Deze bekkens worden waterdicht gemaakt met behulp van een kunststoffen zeil. Men plaatst er ook waterplanten in. Eenden, ganzen of andere dieren mogen er niet in. Bepaalde vissen (of beter : kikkers en salamanders) zijn wel wenselijk, nl. om muggenlarven op te eten.

Vervuild water (bijvoorbeeld uit een rivier) ondergaat er een zogenaamde «tertiaire» zuivering doordat planten nitraten en fosfaten verwijderen. Dankzij het daglicht, ondergaan organische polluenten (resten van detergent, niet afgebroken fecale resten, bacteriën) een natuurlijk coagulatie- en uitvlokkingsproces. De polluenten bezinken en men ziet een – vaak spectaculaire - verheldering van het water. De uitgevlokte polluenten zetten zich af op de bodem van het bekken, waar ze door bacteriën volledig afgebroken worden (met als eindproducten water en koolstofdioxide). In het helder geworden water wordt de zuivering voltooid dankzij de uv-stralen van de zon, die alle ziekteverwekkende bacteriën verwijderen. Om de verschillende zuiveringsfenomenen via de lucht te vergemakkelijken, kan men er ook een fontein in plaatsen die werkt op zonnepanelen of op windenergie.

Ik heb de kans gekregen om de zuiverende kracht van dergelijke waterpartijente testen. Ondanks het feit dat er – via een put en een filterende gracht – (grijs) huishoudelijk afvalwater in de vijver geloosd werd, beantwoordde het water ervan heel vaak aan de normen voor drinkwater . Toch moet men geval per geval bekijken. Als het te zuiveren rivierwater te veel nitraat (van fecale oorsprong of door landbouwmest) en te veel fosfaat (van fecale oorsprong of van de was) bevat, dan duurt het niet lang vooraleer er zich draadalgen ontwikkelen. Deze algen moeten dan regelmatig verwijderd worden. Na compostering vormen zij een uitstekende organische meststof.

De afmetingen van zo’n zuiveringssysteem hangen af van de te behandelen waterkwaliteit en ook van de hoeveelheid te zuiveren water die men dagelijks wenst te verwerken. In de meerderheid van de gevallen geeft een verblijftijd van een 3 à 4 weken een absoluut opmerkelijk resultaat.

Na onttrekking (met behulp van een pomp bijvoorbeeld) kan men, in het geval dat de kwaliteit niet bevredigend zou zijn, het water nog door een filterend bed laten lopen, bestaande uit grind, zand, houtskool en kalkkorrels. Met een dergelijke installatie kan men honderden, zoniet duizenden personen van een kwalitatief onschadelijk water voorzien voor alle niet-voedingsdoeleinden. Misschien zal dit water niet aan de normen voor drinkwater voldoen, maar inname in kleine hoeveelheden zal de gezondheid geenszins schaden.

Het hierboven beschreven systeem vormt een alternatieve oplossing voor de chemische rivierwaterbehandelingen (uitvlokking door aluminiumzouten, bezinking, filtratie, ontsmetting, enz.) voor het leidingwater. Men gebruikt daarvoor simpelweg de zelfzuiverende kracht van natuurlijke wateren.

Opmerking: Van zodra men de principes van het ecologisch sanitair beheer veralgemeend begint toe te passen, wordt het chemische zuiveringssysteem volkomen nutteloos. Op dat moment vervuilen huishoudens niet langer het water van rivieren. Als er geen industriële vervuiling en vervuiling door landbouw aanwezig is, dan vindt het water van de rivieren zijn oorspronkelijke zuiverheid terug. Daardoor kan men er via leidingen of rechtstreeks water uit putten voor huishoudelijke niet-voedingsdoeleinden, volkomen veilig op sanitair vlak. De transitie naar biologische landbouw elimineert ook de vervuiling door de landbouw (residu’s van meststoffen en pesticiden).

Regenwater opvangen in de woestijn

Regenwater kan de enige bron van water worden in de woestijn. Als voorbeeld nemen we de centrale Sahara waar er gemiddeld 20mm neerslag per jaar valt. Gemiddeld passeert er dus één regenbui van 40 mm om de twee jaar, en van deze ene bui moet men het water opvangen en gedurende minstens twee jaar in goede staat bewaren. Langs de routes van nomaden liggen op bepaalde plaatsen natuurlijke ondergrondse rotsholtes (grotten) waar buienwater op natuurlijke wijze opgeslagen en in zeer goede staat bewaard wordt. Dit soort waterreservoirs kan men kunstmatig nabootsen.

Gelukkig is er geen gebrek aan ruimte in deze streken. Op een oppervlakte van één hectare kan men in theorie jaarlijks gemiddelde 200 m³ water opvangen. In de wetenschap dat men gemiddeld 2 jaar op een regenbui moet wachten, moet men dus een regenput met een opvangcapaciteit van 400 m³ per hectare voorzien. Een dergelijk waterreservoir kan ongeveer 500 liter water per dag leveren.

Men steekt dus een betonnen regenput met de gewenste capaciteit onder een lichte helling onder de grond, op een laagliggend terrein. Om het water naar de put te leiden last men platen uit pvc tesamen op een bed van goed glad gemaakt zand, zodat een waterdicht oppervlak ontstaat. Om de plastieken plaat tegen de uv-stralen van de zon te beschermen, legt men er een laag van 20 cm gewassen keien of gewassen grind op. Rond de opvangplaats wordt een omheining geplaatst om te verhinderen dat men erop gaat lopen. Het regenwater zal door de keien- of grindlaag heen sijpelen en naar de wat lager gelegen keel van de regenput vloeien.

Met grotere installaties (met een opvangplaats van meerdere km²) zou men zelfs oasen kunnen creëren. Om verdamping in dit soort kunstmatige oasen te beperken, zou men er wel moeten over waken dat de grond permanent bedekt blijft met dode plantenresten (bladeren, gemaaid gras, enz.).

Duurzaam beheer van stedelijk afvalwater

In tropische streken

Een groeiend aantal mensen leeft er in (sloppen)wijken waar hygiëne vaak te wensen over laat... De afwezigheid van riolering wordt altijd als belangrijkste oorzaak van het gebrek eraan opgegeven. Anderzijds voeren de rivieren die deze – vaak uitgestrekte en overbevolkte - steden doorkruisen, een aanzienlijke hoeveelheid besmetting van fecale oorsprong met zich mee, wat de kwaliteit van het leidingwater aantast.

Een nieuw soort riolering

De plaatsing van riolen en van zuiveringsstations wordt voorgesteld als de enige oplossing voor het sanitair beheer van het stedelijk milieu. Deze keuze vergt echter zeer aanzienlijke investeringen, en die liggen jammer genoeg meestal niet binnen het bereik van de bewoners van tropische streken.

Maar zelfs de aanleg van riolering lost niet al hun problemen verbonden met afvalwater op. De ervaring van honderden steden toont aan dat de riolen in het tropische regenseizoen niet bij machte zijn om alle neerslagwater op te vangen. Het met fecaliën besmette afvalwater loopt dan uit de riolen over op de openbare weg, met verspreiding van ziekten tot gevolg. Hetzelfde geldt voor de zuiveringsstations die vaak overstromen door tropische stortregens waardoor de stedelijke vuilvracht zonder zuivering in de rivieren terechtkomt, ook in deze die het drinkwater voor de bevolking verderop leveren.

Hoe kan men een afdoende oplossing vinden voor het beheer van stedelijk afvalwater, gegeven deze omstandigheden ?

Om te beginnen moet men de stad absoluut eerst verdelen in zones met verticale bewoning (de stedelijke centra) en in zones met gezinswoningen. Voor de eerste kan men, voorlopig tenminste, de huidige oplossing behouden: de inzameling en collectieve zuivering van het water. Op langere termijn kan men de omvorming overwegen van het verzamelsysteem volgens de aanbevelingen terug te vinden op de pagina gewijd aan het TRAISELECT-systeem in de stad. Gelukkig vertegenwoordigen de zones met verticale bewoning verhoudingsgewijs een kleine groep binnen het stedelijke territorium. De meerderheid van de bevolking leeft in gezinswoningen omringd door kleine tuinen.

Voor de inzameling in deze voorstedelijke zones kan men zich beperken tot het opvangen van het regenwater van de buurt in straatgoten die met opengewerkte betonnen platen zijn bedekt. De plaatsing van deze straatgoten is veel goedkoper dan van riolen. Eventueel zouden deze goten ook het grijs water van de woningen kunnen vervoeren. Wat men echter ten strengste moet verbieden, is het lozen van zwart water (fecaal water) in deze goten. Als men ook het grijs water via deze goten opvangt, dan kan men ze beter van gaten voorzien zodat het water in de bodem kan sijpelen. Maar we zullen zien dat, na de ingebruikname van technieken voor duurzaam beheer, deze goten enkel in het regenseizoen grijs water zullen opnemen – en dan nog maar gedeeltelijk. Voor de rest zullen ze enkel regenwater opnemen.

Stedelijke landbouw en duurzaam waterbeheer

De voorstedelijke woonzones waar men over tuinen beschikt vormen in die landen een niet te verwaarlozen voedselproductiepotentieel. Bij het bouwen van nieuwe wijken zouden de stedenbouwkundigen zelfs afgebakende zones moeten voorzien in het stedelijke weefsel, waar kleine percelen ter beschikking gesteld worden van gezinnen, die er een zeer grote opbrengst aan groenten kunnen produceren. Met de voorziene stijging van de voedselprijzen wordt stedelijke landbouw een rendabele economische en ecologisch onmisbare activiteit. Om de ontwikkeling van deze vitale activiteit mogelijk te kunnen maken, moet men, eens en voor altijd, afstand nemen van de volledig verkeerde opvatting dat de toegang tot spoelwc’s de noodzakelijke voorwaarde is voor hygiëne in het huishouden. De biogestuurde strooiseltoiletten of BST’s bieden net zoveel comfort en hygiëne als de klassieke wc’s. De verspreiding ervan is enkel een kwestie van milieubewustzijn en burgerzin.

Het op de juiste manier gecomposteerde effluent uit strooiseltoiletten zou een organische grondverbeteraar kunnen leveren die hoge opbrengsten verzekert. Compostering in de stad [2] maakt dan ook gebruik van het organisch gedeelte van het huishoudelijke afval, en van cellulosehoudende resten (verpakkingskarton, nat papier, groenresten uit privétuinen en openbare parken). Op deze manier zouden vuilnisbakken een naar waarde te schatten «vermageringskuur» ondergaan. Het ontbreken van organisch afval zou tevens de selectieve inzameling van andere soorten afval vereenvoudigen : metalen, glas voor recyclage of hergebruik, plastiek afval voor energie-opwekking.

[2]
Volgens gangbare opvattingen zou de correcte compostering van stedelijk organisch afval met effluent uit BST’s storende geuren voortbrengen, maar daar is niets van aan. Van zodra men de koolstof/stikstof-verhouding (C/N) in orde brengt, verdwijnen de geuren.

Er is een voldoende potentieel aan versnipperd karton, dode bladeren en tuinresten om elke gezinswoning uitgerust met een BST van voldoende strooisel te voorzien. De hoge grassen die op openbare plaatsen en rond steden gemaaid worden, vormen een uitstekende bodembedekking (alsook een organische grondverbeteraar) bij teelten, waardoor de waterbehoefte vermindert. De toepassing van bepaalde concepten uit de permacultuur kan bij deze activiteiten geboden zijn.

Doordat er geen zwart water (fecaal water) geproduceerd wordt, voldoet het grijze (zeep)water perfect voor de manuele bevloeiing van de kleine groentepercelen in het droge seizoen, en dat zonder het minste sanitaire risico. Dankzij de gebruikte bodembedekking is de kans groot dat men met de grijswaterproductie nagenoeg aan de volledige watervraag van deze teelten voldoet. De straatgoten zullen droog staan tijdens het droge seizoen. In het regenseizoen zal het niet voor bevloeiing gebruikte grijs water meegevoerd worden met de overvloedige neerslag naar natuurlijke natte zones, waarna het in de dichtstbijgelegen rivier stroomt. Deze natte zones worden gedimensioneerd om het water ongeveer 3 weken te kunnen bijhouden. Gedurende deze tijd zal het daglicht zepen en detergenten en ook bacteriën hebben uitgevlokt. Het helder geworden water dat in de rivier stroomt zal geen detergenten en ook geen fecale vuilvracht meer bevatten.

In droge of woestijnachtige gebieden

Zoals eerder reeds aangehaald vormen het gebruik van spoeltoiletten en de zuivering van zwart water in dergelijke streken, waar iedere liter water «zijn gewicht in goud waard is» een ernstig ethisch probleem. De verspilling van water gebruikt voor het transport van onze ontlasting en de daaruit volgende vernietiging van organische stof onder het mom van zuivering, vermindert aanzienlijk de mogelijkheden om voeding te produceren. Spoeltoiletten en zuivering van zwart water (fecaal water) zijn dus uit te sluiten. Het eerste gevolg van het wegnemen van spoeltoiletten zal de vermindering zijn van de gezinsvraag naar water met 25 à 30%.

Ook hier deelt men de steden enerzijds in zones in met verticale bewoning (stedelijke centra), en anderzijds in randstedelijke zones met gezinswoningen. In de eerste zones plaatst men turbotoiletten of TT’s in plaats van de huidige spoeltoiletten, met het verzamelsysteem zoals beschreven op de pagina gewijd aan het TRAISELECT-systeem in de stad. Het verzamelde grijs water zou rechtstreeks naar te bevloeien cultuurgronden gebracht worden, en niet naar een zuiveringsstation. Op die manier komt de totaliteit van het afvalwater uit stedelijke centra ter beschikking van de landbouw.

In randstedelijke zones zou het gebruik van wc’s ten strengste verboden moeten worden [3]. Gezien de geringe neerslag zouden deze zones zelfs niet van riolen voorzien mogen zijn. Het geproduceerde grijze zeepwater zou dan eenvoudigweg dienen voor de bevloeiing van gezinstuinen. Het strooisel voor het BST kan in eerste instantie aangemaakt worden uit gebruikt verpakkingskarton. Indien nodig kan men ook plantaardige of andere cellulosehoudende resten gebruiken. De compostering van het effluent uit de toiletten vindt plaats in de tuinen, samen met keuken- en tuinresten en het organische gedeelte van het huishoudelijk afval. De verkregen compost kan gebruikt worden om de tuin en de teeltgronden vruchtbaar te maken.

[3]
De ecobalans van het spoelwc: de door één persoon geproduceerde hoeveelheid ontlasting die door de klassieke zuivering in nitraatvervuiling wordt omgezet, volstaat om - na compostering in combinatie met plantenresten – het lapje grond vruchtbaar te maken dat het voedsel van de wc-gebruiker kan voortbrengen. Het water dat moet dienen om deze ontlasting weg te leiden, volstaat vaak voor de bevloeiing van dat lapje grond. Elke wc-gebruiker vernielt dus ieder jaar zijn eigen voedselbehoefte. Stof tot nadenken in een wereld die zo al overbevolkt is...

Men onderschat vaak de hoeveelheid compost die een stad zou kunnen opleveren. De positieve gevolgen van het veralgemeende gebruik van deze hoogwaardige organische grondverbeteraar zijn van velerlei aard. Ten eerste is er de verhoging van het humusgehalte van de bodem, die leidt tot bodems die beter water vasthouden. Daaruit volgt dan weer een vermindering van de behoefte aan bevloeiingswater, maar ook een vermindering van het gebruik van chemische meststoffen (minder vervuiling en minder energieverbruik) én van fytosanitaire producten. De toename van het humusgehalte vermindert de diffuse reflectiefactor (albedo) van de bodem. Daaruit volgt een vermindering van opwaartse warmeluchtstromen en een progressieve verandering van het neerslagpatroon. De herovering van de woestijn ligt binnen onze mogelijkheden, maar er is politieke wil nodig om mondiale beheersprojecten voor biomassa op te starten volgens de technieken van Jean Pain en van Paul Moray.

Voorstel aan mijn vrienden die in OL wonen

Geef me uw realisaties op het gebied van duurzaam waterbeheer door, tesamen met uw adresgegevens. Ik denk dat het interessant kan zijn om meerdere ervaringen met mekaar te vergelijken. Iedereen kan zijn bijdrage leveren aan de opbouw van een nieuwe wereld in evenwicht.

Terug naar het Siteplan.

BOVEN

Home - Inleiding - Ecologisch sanitair beheer en EAUTARCIE - Regenwater opvangen - Grijswaterbeheer - Waterloze toiletten - EAUTARCIE wereldwijd - Het gezamenlijke beheer van water en biomassa - Bezinningen over waterbeleid - Sitemap